Indeling van de sector

De Brusselse thuislozenzorgsector is complex en gaat uit van een brede waaier aan diensten en initiatieven in functie van het huisvestingstype van een gevarieerd publiek (er zijn zo’n 70-tal verenigingen). De term “thuisloosheid” omvat een hele reeks maatschappelijke problemen. Het gevarieerd publiek en de verschillende problematieken vragen om allerlei uiteenlopende oplossingen.

Overzicht van de diensten actief in de Brusselse regio:

Nood- en crisisopvang

Noodopvangcentra bieden huisvesting van korte duur op een gerichte wijze in noodgevallen. Hetzelfde geldt voor nacht- of crisisopvangcentra. De gekende “Winteropvang” is een integraal onderdeel van dit soort noodhulpmiddelen.

Opvangdiensten

Integratie via huisvesting

Diensten zonder huisvesting

Psycho-medisch-sociale begeleiding wordt het hele jaar door aangeboden. Noodopvangcentra bieden tijdelijk onderdak en proberen zo het gebrek aan een eigen woning te verzachten, maar het zijn geen duurzame oplossingen voor thuisloosheid. Armoede en toegang tot woning zijn cruciaal in de strijd tegen thuisloosheid. Steeds meer mensen hebben ermee te kampen. Dit sluit aan bij het fenomeen van slechte huisvesting en vereist dat thuisloosheid opgenomen wordt in het huisvestingsbeleid.

In het Brussels Gewest worden de meerderheid van deze diensten erkend en gesubsidieerd door drie bevoegde organen: de Franse, de Vlaamse en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Elk van deze organen functioneert volgens eigen regels.

De problematiek van niet-erkende opvangstructuren (NEOS):

Alhoewel verschillende erkende structuren aangepaste opvang bieden aan mensen in moeilijkheden, ziet een deel van het doelpubliek zich genoodzaakt onderdak te zoeken bij niet-erkende opvangstructuren (NEOS). Het gaat meestal om mensen die rondzwerven of mensen met een “dubbele diagnose”. Volgens cijfers van la Strada uit de telling van 2014, verblijven er 316 personen in NEOS, waaronder 13 kinderen.

Een tiental niet-erkende opvangstructuren in het Brussels Gewest wekten de ongerustheid van verschillende sociale actoren in de sector en gaven aanleiding tot vele vragen en kritieken. De NEOS verzochten de wetgeving om deze problematiek op te nemen in de Ordonnantie betreffende de noodhulp en de inschakeling van daklozen. Het einddoel is om te waken over het gebrek aan ethiek (mercantilisme), de kwaliteit en het professionalisme.

Afdrukken