Het referentieadres: een instrument voor toegang tot rechten dat centraal staat in de discussies
Het referentieadres is een belangrijk, maar vaak onderbelicht instrument voor daklozen. Het stelt mensen die geen hoofdverblijfplaats hebben in staat om in de bevolkingsregisters te worden ingeschreven en toegang te krijgen tot verschillende grondrechten, zoals sociale uitkeringen, volledige dekking van de gezondheidszorg of bepaalde administratieve procedures.
Sinds 30 april 2026 heeft de FOD Binnenlandse Zaken de Algemene instructies betreffende het bijhouden van de bevolkingsregisters bijgewerkt. Deze wijziging biedt belangrijke verduidelijking over de toegang tot een referentieadres bij een OCMW voor buitenlanders.
Tot nu toe was het OCMW-referentieadres voornamelijk bedoeld voor personen die al in België ingeschreven waren geweest en hun hoofdverblijfplaats hadden verloren. De nieuwe instructies verduidelijken nu dat een buitenlander die toestemming heeft om langer dan drie maanden op het grondgebied te verblijven en aan de wettelijke voorwaarden voldoet, ook recht heeft op een OCMW-referentieadres als eerste adres in België.
In de instructies (punten 113 en 114 van de algemene instructies, pagina 121 en volgende) staat namelijk dat personen die „geen of geen verblijfplaats meer hebben” kunnen worden ingeschreven op het adres van een OCMW. Deze formulering heeft zowel betrekking op personen die nooit een verblijfplaats in België hebben gehad als op personen die vroeger wel een verblijfplaats hadden, maar die zijn kwijtgeraakt. Deze verduidelijking zou de toegang tot dit recht voor bepaalde bijzonder kwetsbare personen moeten vergemakkelijken.
Dit nieuws sluit aan bij de overwegingen van Bruss’help rond het referentieadres. In het kader van het colloquium van de APERAU (Vereniging ter bevordering van onderwijs en onderzoek op het gebied van ruimtelijke ordening en stedenbouw), dat dit jaar in het teken stond van stedelijke transities, heeft onze collega Adèle Pierre, adviseur bij Bruss’help en onderzoeker aan de UCLouvain, een wetenschappelijke bijdrage gepresenteerd over dit instrument.
Haar onderzoek, getiteld „Het referentieadres als voorwaarde voor toegang tot de stad”, analyseert hoe dit instrument, dat bedoeld is om de toegang tot rechten voor daklozen te waarborgen, in de praktijk wordt toegepast. Aan de hand van interviews met OCMW’s, gemeenten en Brusselse verenigingen brengt ze verschillende uitdagingen aan het licht: de verschillen in werkwijzen tussen de verschillende gebieden, de complexiteit van de administratieve procedures en de spanningen tussen toegang tot rechten en controlemechanismen.
De studie herinnert eraan dat het referentieadres niet louter een administratieve formaliteit is. Voor veel daklozen vormt het een voorwaarde voor toegang tot sociale rechten, werk, huisvesting of zelfs gezondheidszorg. De praktijken rond de toekenning ervan hebben dus een directe impact op het levenspad van de betrokkenen.
Door de in de praktijk waargenomen realiteit te koppelen aan de inzichten uit het onderzoek, benadrukt deze bijdrage het belang van het voortzetten van het werk aan verduidelijking, harmonisatie en verbetering van het systeem, om effectieve toegang tot rechten voor de meest kwetsbare personen te waarborgen.
De tijdens het colloquium gepresenteerde onderzoeken maken deel uit van een nog lopend onderzoek. De analyses zullen de komende maanden verder worden uitgewerkt en zullen worden gepubliceerd in een wetenschappelijk artikel. Zodra het artikel verschijnt, naar verwachting rond 2027-2028, zullen we de resultaten van dit onderzoek uiteraard met onze partners delen.
