02/880.86.89 | info@brusshelp.org | Horaires

Pano Accueil NL

De website wordt druk vertaald. Wij danken u voor uw geduld en aarzel niet om contact met ons op te nemen indien nodig. Bedankt voor uw begrip.

Dakloosheid aanpakken via preventie, begeleiding en huisvesting

Bruss’Help is krachtens de ordonnantie van 14 juni 2018 (art. 62) belast met de coördinatie van noodhulpvoorzieningen en inschakelingsmaatregelen, evenals met het uitvoeren van studies en analyses over de problematiek van dakloosheid in Brussel.

Een actie-georiënteerd centrum: ons centrum, opgericht in 2019, verenigt Raadgevers die gespecialiseerd zijn in de studie van dak- en thuisloosheid, de coördinatie van projecten en globale interventievoorzieningen.

Meervoudige opdrachten: ondersteuning bij de planning, prognoses, ontwikkeling van een preventieve aanpak en begeleiding van de begunstigden naar duurzame oplossingen (toegang tot zorg, sociale rechten, huisvesting...).

We zijn een observatorium voor dak- en thuisloosheid: een documentatie- en onderzoekscentrum, dat een knooppunt is tussen de overheid en het maatschappelijk middenveld. Wij zijn gericht op "duurzame oplossingen en anticipatie".

 

  Onze visie  

 

De winter van 2025-2026 ging van start met een verontrustende aankondiging voor de sector van de hulp aan dakloze personen: de federale financiering toegekend door de POD Maatschappelijke Integratie zal vanaf de volgende winter niet langer worden verlengd. Deze financiering maakt momenteel de werking mogelijk van 110 gezinsplaatsen binnen het winterplan, beheerd door het Belgische Rode Kruis. De huidige winter zal dus de laatste zijn waarin het Gewest kan rekenen op deze federale financiële steun voor deze plaatsen, die actief zijn van 1 november tot 31 maart.

Deze terugtrekking past in een bredere beweging: recent zagen vijf grote Belgische steden hun middelen voor daklozenzorg verminderd worden. Voor Brussel is dit signaal bijzonder problematisch, aangezien personen zonder verblijfsstatuut en asielzoekers, die een aanzienlijk deel van het dakloze publiek uitmaken, onder de federale bevoegdheid vallen. Vanaf de winter van 2026 zal het Gewest alleen verantwoordelijk moeten instaan voor taken die legitiem gedeeld zouden moeten worden met het federale niveau.

 

Behoud van winteropvang voor de lopende winter

Ondanks deze onzekerheden over de toekomst blijven de gebruikelijke wintermaatregelen voor deze winter behouden. Sinds begin november en tot eind maart voorziet het Brussels Gewest in een specifieke opvang voor dakloze gezinnen.

Het wintercentrum Marie Curie, beheerd door het Belgische Rode Kruis onder federaal en gewestelijk mandaat, biedt tot 185 plaatsen. Daarnaast zijn er 40 bijkomende plaatsen in het centrum New Samusocial in Evere en wordt de opvang van 60 plaatsen in het centrum New Samusocial Plasky in Schaarbeek verlengd gedurende de volledige winterperiode.

Aanvragen voor opvang worden uitsluitend ingediend door socio-sanitaire actoren via de Oriëntatiecel van Bruss’help, wat een gecoördineerde en op de noden afgestemde toeleiding garandeert.

 

Activering van het Koudeplan en aanpassing van de capaciteit

Gezien de bijzonder lage temperaturen die al vanaf december werden waargenomen, heeft het Brussels Gewest een extreem Koudeplan geactiveerd om de opvang van dakloze personen te versterken, in het bijzonder van alleenstaande mannen.

In dit kader werden verschillende voorzieningen gemobiliseerd en aangepast in functie van de noden en de beschikbare opvangcapaciteiten. Vanaf begin februari worden de 100 plaatsen die aanvankelijk werden geopend in de gemeentelijke sporthal van Sint-Gillis overgebracht naar de WTC4-site, in het kader van een winteropvang die wordt beheerd en operationeel uitgevoerd door Samusocial. Deze plaatsen blijven actief tot 20 maart.
De Stad Brussel ontvangt dit opvangsysteem op haar grondgebied en werkt nauw samen met Bruss’help en Samusocial om een goede organisatie en werking te verzekeren.

Daarnaast blijven de Koudeplaatsen van Samusocial actief: 15 plaatsen in het centrum Poincaré, geopend tot 31 maart, evenals 17 bijkomende plaatsen die voortkomen uit een tijdelijke herinrichting van de opvangcapaciteit en actief blijven tot midden februari.

Voor deze wintervoorzieningen bestemd voor mannen combineren de toegangsmodaliteiten het regulatiesysteem van Samusocial met een systeem van rechtstreekse toewijzing, in samenwerking met partners uit de socio-sanitaire sector, om een laagdrempelige toegang te garanderen.

Bruss’help nodigt u graag uit voor de Masterplandag, een jaarlijks evenement dat in het teken staat van de uitvoering en verdere verrijking van het Masterplan “Uit dakloosheid in Brussel”.

Deze dag staat volledig in het teken van de strijd tegen dak- en thuisloosheid in het Brussels Gewest en heeft als doel de actoren uit het veld, institutionele en verenigingspartners, evenals iedereen die betrokken is bij de uitvoering van het Masterplan, samen te brengen.

 

🗓️ Nieuwe datum: maandag 30 maart 2026
📍 Locatie: Gemeentehuis van Sint-Gillis
🕘 Van 9.00 tot 17.30 uur

 

Verloop van de dag:

De voormiddag wordt eerst gewijd aan een stand van zaken, met een presentatie van wat sinds de voorstelling van het Masterplan in april 2024 werd gerealiseerd. Vervolgens gaan we in gesprek over de betrokkenheid van de rechthebbenden, aan de hand van getuigenissen van uiteenlopende maar complementaire ervaringen.

De namiddag wordt ingevuld met thematische workshops rond een aantal maatregelen van het Masterplan, met als doel de reflecties te voeden, ervaringen uit het werkveld te delen en de samenwerking tussen de verschillende actoren te versterken.

De dag wordt afgesloten met een drankje, om de uitwisselingen op een informele manier verder te zetten.

 

Naast het bilan wil deze dag vooral uitwisseling stimuleren, samenwerkingsdynamieken versterken en het Masterplan en zijn maatregelen gezamenlijk verder blijven voeden.

U kunt zich nu al inschrijven via onderstaande link: "https://forms.NotAllowedScript69b34ae82cb6doffice.com/e/URLMAJDu3q"
Om een betere representativiteit te waarborgen, vragen wij u vriendelijk het aantal ingeschreven deelnemers per organisatie te beperken.

Aarzel niet om deze informatie te verspreiden binnen uw teams en bij betrokken partners. Deze Masterplandag wil een vast moment worden binnen het Brussels Gewest, waar de sector naar uitkijkt: een moment van inhoudelijk werk, maar ook van ontmoeting en herverbinding.

We kijken ernaar uit u talrijk te mogen verwelkomen!


Sarah Van Gaens, onderzoeker bij ons Observatorium, publiceerde onlangs een onderzoeksnota in The European Journal of Homelessness (Volume 19, nr. 2, 2025), een toonaangevend academisch tijdschrift op Europees niveau. De nota, getiteld Profiles of Homeless People without Legal Residence in the Brussels-Capital Region, biedt nieuw inzicht in een bijzonder kwetsbare en vaak onzichtbare doelgroep in de officiële statistieken.

Deze publicatie maakt deel uit van de observatie- en analysetaken die Bruss’help van de Brusselse autoriteiten heeft gekregen, met als doel betrouwbare informatie te produceren en beschikbaar te stellen. Ze beantwoordt tevens aan een herhaald Europees verzoek sinds 2010, toen de Europese Consensusconferentie over dakloosheid de lidstaten opriep om de verbanden tussen migratie en dakloosheid te onderzoeken. De Lisbonne-verklaring van 2021, ondertekend door de EU-lidstaten en de belangrijkste Europese organisaties in de sector, bevestigde deze noodzaak in het kader van het doel om dakloosheid tegen 2030 uit te roeien.

De studie is gebaseerd op de gegevens verzameld tijdens de telling van personen zonder verblijfplaats in november 2022 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze zevende editie integreerde een landelijk geharmoniseerde vragenlijst, waardoor voor het eerst gedetailleerde gegevens over de profielen van de getelde personen beschikbaar zijn. De analyse betreft 599 personen zonder verblijfsrecht (onbegeleide minderjarigen en volwassenen), wat 28,5% van de totale steekproef van de telling vertegenwoordigt.

Het onderzoek benadrukt een veel complexere en diversere realiteit dan de gebruikelijke representaties. Zo blijkt dat 33% van de betrokken personen vrouwen zijn, 15,69% 60 jaar of ouder is, en de mediane leeftijd tussen 40 en 49 jaar ligt. Wat betreft de duur van dakloosheid, leeft 56% van de personen al meer dan twee jaar in deze situatie. Gezondheidsproblemen zijn bijzonder aanwezig: 33,58% heeft chronische lichamelijke aandoeningen en 16,22% lijdt aan psychische stoornissen, vaak in combinatie met andere chronische gezondheidsproblemen. Ook de gezinssamenstelling vertoont belangrijke kenmerken: 87% van de personen zijn alleenstaande volwassenen zonder kinderen, terwijl 29% van de betrokken vrouwen alleen zijn met één of meerdere kinderen.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest onderscheidt zich door een inclusieve aanpak van dataverzameling. In tegenstelling tot veel andere Europese steden, die personen zonder verblijfsrecht uitsluiten van hun tellingen, heeft Brussel ervoor gekozen deze doelgroep volledig op te nemen in zijn observatiesysteem. Deze beslissing stelt het Gewest in staat betrouwbare gegevens te beschikken en zijn beleid dienovereenkomstig aan te passen.

De expertise die Bruss’help sinds 2008 heeft opgebouwd op het gebied van dataverzameling en -analyse, in combinatie met de hoge participatie van veldwerkers bij de Brusselse tellingen en het gebruik van landelijke vragenlijsten (ontwikkeld door Koen Hermans en zijn team aan de KU Leuven), vormt een waardevol voorbeeld voor steden die hun eigen observatiesystemen willen ontwikkelen of verbeteren. De cijfermatige bevindingen kunnen ook de Europese discussies over dit onderwerp voeden.

Deze publicatie getuigt van de inzet van Bruss’help in zijn missie om objectieve kennis te produceren ten dienste van het beleid en de sector ter bestrijding van dakloosheid, zowel op regionaal als op Europees niveau.


De volledige onderzoeksnota is online beschikbaar: Van Gaens, S. (2025). Profiles of Homeless People without Legal Residence in the Brussels-Capital Region. The European Journal of Homelessness, 19(2), p. 169-192.

 
 
Brussel, 30 oktober 2025 - Het project Cores’ponsability, dat in januari 2025 voor een jaar werd gelanceerd, is actief in de hotspots van Brussel, met name rond het Zuid- en Noordstation, om daklozen met verslavingsproblemen te begeleiden. Door de sociale, medische en huisvestingsvoorzieningen te versterken, ondersteunt het project de toegang tot zorg in kwetsbare wijken en biedt het tegelijkertijd humane en duurzame oplossingen voor situaties van grote kwetsbaarheid. Het project heeft al positieve effecten in de praktijk laten zien. De actoren in het veld roepen de Brusselse beleidsmakers op om de voortzetting van de financiering te garanderen, zodat deze essentiële schakel tussen sociale actie, volksgezondheid en begeleiding van kwetsbare en uitgesloten groepen in Brussel behouden blijft.
 
Concrete resultaten in de Brusselse hotspots
 
Cores’ponsibility heeft het mogelijk gemaakt om de activiteiten van zes ambulante diensten – Projet Lama, La MASS, Le Pilier, DUNE, Babel en Enaden – te versterken en een mobiel medisch-psychosociaal team voor dakloze jongeren op te richten, terwijl het door Bruss’help gecoördineerde hotelprogramma werd ondersteund. Tussen januari en september 2025: meer dan 700 medische consultaties werden uitgevoerd; 1400 psychosociale gesprekken werden gevoerd; 655 hotelovernachtingen boden tijdelijke en veilige rust aan de meest kwetsbare daklozen; meer dan 60 dakloze jongeren kregen volledige medisch-psychosociale zorg.
Naast deze cijfers heeft het project bijgedragen tot het ontlasten van de diensten door de opvangcapaciteit te vergroten en de wachtrijen te verkorten, waardoor het publiek sneller en vlotter toegang kreeg tot zorg.
 
Verbeterde coördinatie tussen de actoren in het veld
 
Door straathoekwerk, psycho-medisch-sociale begeleiding en tijdelijke huisvesting te combineren, vormt Cores'ponsabilité een cruciale schakel in een totaalaanpak om de levensomstandigheden in de meest kwetsbare wijken te verbeteren. Het project heeft geleid tot de oprichting van een solide netwerk tussen gespecialiseerde teams. Deze gezamenlijke aanpak, gericht op de behoeften van de meest kwetsbare personen, vormt vandaag de dag een essentiële hefboom voor de volksgezondheid in de strijd tegen de gevolgen van drugsgebruik in hotspots.
 
Een dringende oproep tot continuïteit
 
Dankzij de coördinatie tussen de mobiele teams en de ambulante diensten zorgt Cores’ponsibility voor een gezamenlijke aanpak die de toegang tot zorg verbetert en het traject van daklozen stabiliseert. De actoren in het veld benadrukken dat de verlenging van het project onontbeerlijk is om deze dynamiek te behouden, de mensen die het verst van de zorgvoorzieningen verwijderd zijn te blijven begeleiden en het vermogen van de diensten om effectief in te spelen op de behoeften van kwetsbare wijken te behouden.
 
Perscontact : Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.- 0499/51.26.31

Auteur: Adèle Pierre, Raadgever bij Bruss'help

Het referentieadres voor mensen zonder thuis

Het referentieadres is een administratief mechanisme dat een persoon zonder woning in staat stelt een administratieve verankering te verkrijgen en er zijn/haar post te ontvangen. Oorspronkelijk bedoeld voor diverse doelgroepen zoals militairen, nomaden of zeelieden, krijgt dit mechanisme een bijzondere betekenis voor mensen zonder thuis. Het biedt hen immers de mogelijkheid om toegang tot een geheel van sociale rechten te behouden of te herwinnen. Zonder inschrijving in het bevolkingsregister is het onmogelijk om werkloosheidsuitkeringen, bepaalde steun van het OCMW of een volledige gezondheidsdekking te genieten. Voor deze personen betekent het referentieadres dus veel meer dan een eenvoudige administratieve formaliteit: het vormt een eerste stap naar de erkenning van hun rechten en vaak een vertrekpunt in een proces van re-integratie en uitstap uit dakloosheid.

Juridisch gezien¹ kan een referentieadres zowel een adres van een natuurlijke persoon als van een rechtspersoon zijn. Voor mensen zonder thuis gaat het ofwel om het adres van een naaste (familie, vriend, kennis die deze verantwoordelijkheid wil opnemen), of – meestal – om het adres van een OCMW. Het referentieadres wordt beschouwd als een sociale hulp en is dus in principe beperkt in de tijd.

Een referentieadres: onder welke voorwaarden?

Het verkrijgen van een referentieadres is onderworpen aan drie voorwaarden die in de wet zijn vastgelegd.

Het eerste criterium bestaat erin de territoriale bevoegdheid van het OCMW te controleren. Wanneer de betrokkene “links en rechts” wordt opgevangen, zoals vaak het geval is bij mensen in een situatie van zwerven, moet de maatschappelijk werker een sociaal onderzoek uitvoeren om de feitelijke aanwezigheid op het grondgebied van de gemeente te bepalen. Dit kan paradoxaal lijken voor iemand zonder thuis, aangezien hij/zij per definitie geen adres heeft. De procedure steunt dus op uiteenlopende criteria die in de praktijk soms moeilijk vast te stellen zijn.

Gewoonlijk vragen OCMW’s twee soorten bewijsstukken: attesten van tijdelijk verblijf bij een of meerdere particulieren, of attesten van aanwezigheid in onthaalstructuren. In sommige gevallen, wanneer het onderzoek de territoriale bevoegdheid niet kan vaststellen, moet de persoon een bewijs leveren van zijn/haar aanwezigheid in de gemeente, wat bijzonder moeilijk kan zijn voor iemand zonder adres. Om tijd te winnen worden er strategieën gebruikt. Kassabonnen om aan te tonen dat de aankopen in de gemeente gebeuren, worden vaak als voorbeeld genoemd door onze werkers. Nochtans bewijzen aankopen in een andere gemeente niet noodzakelijk dat men er ook effectief verblijft. Ontbreken van voldoende middelen.

De tweede voorwaarde betreft het gebrek aan voldoende middelen om zelfstandig een woning te vinden. Hoewel de wet niet precies omschrijft wat “staat van nood” betekent, wordt dit geëvalueerd via het sociaal onderzoek. Daarbij wordt rekening gehouden met de financiële situatie van de persoon, de gezinslasten en verplichtingen tegenover derden. Deze evaluatie is dus een sociale beoordeling die kan variëren van context tot context.

Ten slotte veronderstelt het verzoek om een referentieadres dat de persoon uit het bevolkingsregister is geschrapt. Deze voorwaarde staat niet in de wet, maar is ingevoerd door een circulaire van 1992 die bepaalt dat de aanvrager “onder geen enkele titel in geen enkel gemeentelijk bevolkingsregister van België mag ingeschreven zijn”². Met andere woorden: het referentieadres, dat een recht zou moeten zijn, is slechts toegankelijk op voorwaarde dat men eerst zijn inschrijving verliest. Bovendien kan de betrokkene deze schrapping niet rechtstreeks zelf aanvragen: ze hangt af van het OCMW of de gemeente, waarbij de teksten vaag blijven over de feitelijke verantwoordelijkheid in deze procedure.

Het referentieadres bij een particulier of bij het OCMW

Zodra deze voorwaarden zijn vastgesteld, is het belangrijk om twee manieren van toekenning van het referentieadres te onderscheiden. Wanneer het adres wordt aangevraagd bij een OCMW, moet deze de toegangsvoorwaarden controleren, zonder dat er aanvullende criteria aan kunnen worden toegevoegd. Sommige OCMW's stellen echter als voorwaarde voor de toekenning van het referentieadres dat een begeleidingsproject wordt aanvaard, wat niet bij wet is voorzien.

Wanneer het daarentegen gaat om een referentieadres bij een particulier, moet de aanvraag worden ingediend bij het gemeentebestuur. De persoon moet de schriftelijke toestemming verkrijgen van de persoon die ermee instemt het adres te verstrekken. Aangezien de gemeente niet wettelijk bevoegd is om de status van dakloosheid te controleren, wendt de dakloze zich logischerwijs tot het OCMW. Dit laatste is echter niet uitdrukkelijk verplicht om hieraan gevolg te geven. In veel gevallen weigeren de OCMW's om op te treden, waardoor de gemeenten de aanvragers rechtstreeks naar het OCMW doorverwijzen. Dit gebrek aan institutionele duidelijkheid leidt tot uiteenlopende praktijken van gemeente tot gemeente, verklaart de grote verschillen tussen gemeenten en vertaalt zich in het algemeen in een beperkt gebruik van het referentieadres bij een particulier.

Referentieadressen bij particulieren in het Brussels Gewest - december 2024

GemeenteSpecifiek referentieadres
Anderlecht 4
Auderghem 10
Berchem 2
Brussel 37
Etterbeek 35
Evere 2
Forest 7
Ganshoren 3
Elsen 23
Jette 9
Koekelberg 8
Molenbeek 2
Sint-Gillis 7
Saint-Josse 26
Schaerbeek 1
Uccle 21
Watermaerl-Boitsfort 71
Woluwe-St-Lambert 10
Woluwe-St-Pierre 14
  292

Bron: Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.

Hoeveel mensen wonen er met een referentieadres bij een OCMW in het Brussels Gewest?

Tot 2021 maakte de code TI024 van het Rijksregister, die wordt gebruikt om personen met een referentieadres te identificeren, het niet mogelijk om onderscheid te maken tussen de verschillende soorten doelgroepen. De inschrijvingen werden globaal gegroepeerd, of het nu ging om daklozen, gedetineerden of personen die in een mobiele woning verbleven. Dit gebrek aan categorisering beperkte in de praktijk het vermogen van de overheden om een nauwkeurige opvolging te verzekeren.

Om deze beperking te verhelpen, werd in 2021 een hervorming doorgevoerd om de structuur van TI024 te verfijnen. De verschillende soorten referentieadressen zijn nu gecategoriseerd, wat de identificatie van de begunstigde doelgroepen vergemakkelijkt. Deze ontwikkeling maakt de weg vrij voor een striktere statistische opvolging: het is nu mogelijk om het aantal daklozen dat bij een OCMW of een natuurlijke persoon als referentieadres is geregistreerd, te kwantificeren op basis van gegevens uit het Rijksregister.

Voor deze analyse worden alleen de door de OCMW's toegekende referentieadressen in aanmerking genomen, aangezien de toekenning door particulieren sterk varieert van gemeente tot gemeente als gevolg van verschillende administratieve praktijken (zie hierboven).

In december 2024 waren er 4.242 referentieadressen geregistreerd bij de OCMW's in het Brussels Gewest. Bijna de helft van de registraties was geconcentreerd in drie gemeenten: Brussel-Stad (1.034), Anderlecht (653) en Vorst (335). Daarentegen telden sommige gemeenten slechts enkele tientallen domicilieadressen.

En décembre 2024, on recensait 4 242 adresses de référence auprès des CPAS en Région bruxelloise. Trois communes concentraient à elles seules près de la moitié des enregistrements : Bruxelles-Ville (1 034), Anderlecht (653) et Forest (335). À l’inverse, certaines communes ne comptaient que quelques dizaines de domiciliations.

Als we deze cijfers afzetten tegen de gemeentelijke bevolking, zien we andere resultaten. Etterbeek staat bovenaan met 0,60 % van de bevolking die op een referentieadres is ingeschreven, gevolgd door Vorst (0,57 %) en Brussel-Stad (0,52 %). Daarentegen vertonen verschillende gemeenten bijzonder lage percentages, zoals Sint-Pieters-Woluwe (0,10 %) of Jette (0,15 %).

Deze verschillen weerspiegelen een dubbele realiteit: enerzijds de concentratie van armoede in bepaalde gebieden, wat de vraag naar referentieadressen aanwakkert, en anderzijds de uiteenlopende administratieve praktijken van de gemeenten, die kunnen leiden tot ongelijkheden in de daadwerkelijke toegang tot rechten.

092025 Actu de BH Adresse de reference

Bron: Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken. Verwerking en realisatie: Bruss’help

 

Een problematiek die centraal staat in het Masterplan

Uit de analyse van de cijfers blijken verschillen tussen gemeenten, zowel in absolute waarde als in verhouding tot de bevolking. Dit weerspiegelt zowel verschillende sociaaleconomische realiteiten als heterogene administratieve praktijken. Deze verschillen, in combinatie met een analyse van de toekenningsvoorwaarden, doen vragen rijzen over de gelijke toegang tot dit recht en onderstrepen de noodzaak om het systeem te herzien.

Dat is precies de ambitie van het Masterplan voor het beëindigen van dakloosheid, dat een grootschalig onderzoek wil uitvoeren om het mechanisme ‘van binnenuit’ te begrijpen en de belemmeringen ervan in kaart te brengen. Verschillende punten worden besproken met de OCMW's, de gemeenten en de sector: hoe de toegankelijkheid en de overdraagbaarheid van het referentieadres te garanderen, hoe te voorkomen dat rechten vervallen als gevolg van schrappingen of veranderingen van grondgebied, hoe de sociale begeleiding te versterken, hoe de criteria voor de duur en de verlenging te verduidelijken en hoe de interinstitutionele banden te versoepelen. Andere uitdagingen hebben betrekking op specifieke doelgroepen, zoals gedetineerden aan het einde van hun straf, mensen die tijdelijk bij familieleden verblijven, of migranten in een kwetsbare situatie, die ondanks hun verblijfsrecht vaak worden geconfronteerd met administratieve onderbrekingen. Ten slotte blijft het wettelijk kader gekenmerkt door onduidelijkheden, zoals blijkt uit de intrekking van de circulaire van 7 juli 2023, die om nieuwe verduidelijkingen vraagt.

Kom de komende maanden terug om de eerste resultaten van dit onderzoek te ontdekken!

 

 

¹ Het referentieadres voor daklozen is vastgelegd in artikel 1, § 2 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, en in artikel 20, § 3 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister.

² Adviesraad voor Gezondheid en Hulp aan Personen - Afdeling Sociale Actie, 2012. Evaluatie van het systeem van het “referentieadres” voor daklozen en de toepassing ervan in de negentien gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.